De kleine economie
Een van de grootste voordelen van het wonen in een wat landelijker gelegen stadje is de nabijheid van vers eten. Nee, natuurlijk geen ananas of blauwvin tonijn, maar gewoon, appels, prei, boerenkaas, honing. Volgens de slow food filosofie maakt het wel degelijk uit hoeveel kilometer je eten gereisd heeft voor het op je bord belandt, en de tijd dat het bewaard is tussen oogst en maaltijd niet minder. Hier in de omgeving tref je vaak een uitklaptafeltje langs de straat waarop appels of pompoenen of uien te koop liggen, naast een potje of doosje waarin de betaling gedaan kan worden.
Groente- en fruittelers hebben bijna allemaal wel een soortement van winkeltje aan huis, en ook vlees is direct van de veehouder te betrekken. Natuurlijk moet er nog rijst en koffie en dergelijke uit de supermarkt komen, er blijft meer dan genoeg te boodschappen,
maar wat er van dichtbij kan komen, halen we dichtbij. Het is goedkoper, maar het is ook écht lekkerder, soep van een pompoen die je de dag ervoor door de zoon van de teler -met groot plezier- hebt zien schoonspuiten. En wol van een schaap dat je zelf even hebt kunnen aaien is leuker om te spinnen :-)
Alleen jammer dat ik deze mango niet om de hoek kan verkrijgen... dan zouden we nu een stuk lekkerder weer hebben!






